Mijn verhalen

Daar ben je dan! | Terugblik op de bevalling

januari 23, 2016
Geboorte Roos

Daar ben je dan! | Terugblik op de bevalling

Amsterdam, donderdag 30 januari 2014

Ik kijk op de wekker naast me. Het is 05.30 uur. Dit is al de zoveelste keer dat ik wakker wordt vannacht omdat ik moet plassen. Ik rol mezelf om, kom langzaam omhoog, stap uit bed en waggel naar de wc naast onze kamer. Ik heb last van mijn buik. Niet heel erg, maar ik voel toch wat lichte krampjes. “Ben je alweer wakker?” vraagt mijn vriend wanneer ik terugkom. “Ja, ik heb een beetje last van mijn buik, maar ik probeer nog wel even verder te slapen.” Ik draai me om en probeer te ontspannen.

De krampen worden plotseling ontzettend heftig. Zo heftig dat ik ze weg moet puffen. “Gaat het?” vraagt mijn vriend. “Pfff, pfff, pff, aaaauuuuuu, neee, eigenlijk niet!” reageer ik. “Ik geloof dat ik weeën heb.” Ik sluit mijn ogen en probeer rustig adem te halen, maar de pijn blijft maar komen en ik weet niet wat me overkomt. Het lijkt wel alsof er helemaal geen tijd zit tussen de weeën. Ik voel een golf van paniek opkomen. Dit is nog maar het begin. Wat als ik deze pijn de komende 24 uur moet voelen? Dat overleef ik niet! Hoe doen andere vrouwen dan? Kan ik echt zo slecht tegen pijn, vraag ik mezelf af.

“Ik ga de verloskundige bellen, dit is geen doen zo!” zegt mijn vriend en hij pakt zijn telefoon. De verloskundige stelt een aantal vragen. “Zo kort nog maar? Nee dat kan niet hoor. Zet haar maar even onder de douche. Dan kan ze wat ontspannen.” Mijn vriend hangt op: “je moet onder de douche.” “Onder de douche? Onder de douche? Ben je helemaal gek geworden?! Ik ga dood van de pijn! Ik ga helemaal niet onder de douche!” Als een gek probeer ik de weeën weg te puffen (onmogelijk) en ik knijp de handen van mijn vriend helemaal fijn. De tijd tussen de weeën is zo kort dat ik geen tijd heb om op adem te komen. Steeds wanneer ik de pijn voel opkomen probeer ik me er hevig tegen te verzetten. Onbegonnen werk en het werkt uiteraard alleen maar averechts.

Gelukkig is mijn vriend geen afwachtend type en na 20 minuten belt hij de verloskundige opnieuw. “Je kunt maar beter komen, want het gaat zo echt niet.” De verloskundige besluit gelukkig toch te komen en arriveert 15 minuten later om 07.00 uur bij ons thuis. Ze kijkt snel hoe het er voor staat: 9 centimeter ontsluiting. Nog maar 1 centimeter te gaan! Geen wonder dat de weeën zo heftig zijn. Ze belt de kraamhulp voor ondersteuning, maar zij moet helemaal uit Hilversum komen. Het is donderdagochtend en druk op de A1. Grote kans dat ze het niet op tijd gaat halen dus. Voor de zekerheid belt ze een collega die dichterbij woont.

Ondertussen zet ze samen met mijn vriend alle spullen klaar voor de bevalling. Ik heb alle benodigdheden netjes in een grote plastic bak gedaan en op de babykamer gezet. Ik ben alleen vergeten tegen mijn vriend te vertellen dat ik dit heb gedaan. Aangezien ik niet meer aanspreekbaar ben zoeken ze zich suf naar alle spulletjes. Die ene centimeter lijkt een eeuwigheid te duren. Ik heb nu al enorme persdrang, maar ik mag er niks mee doen. Dat is praktisch onmogelijk. Mijn verloskundige vindt toch dat ik even onder de douche moet gaan staan. “Dat helpt echt” zegt ze. Ik vind het verschrikkelijk, maar doe het toch. In de wastafel naast de douche wast ze haar handen onder de warme kraan. Hierdoor wordt mijn douche ijskoud. “Aaarrggghhh!!” schreeuw ik en ik ben er meteen helemaal klaar mee. Ik wil terug naar mijn bed.

Inmiddels is het 08.30 uur. De verloskundige controleert hoe het er voor staat. Hoera, 10 centimeter! Eindelijk mag ik persen! Ondertussen is er nog geen spoor te bekennen van de kraamzorg of de tweede verloskundige. We gaan er niet op wachten, er moet geperst worden. Het persen wil niet echt lukken. Ik vind het eng en durf er niet echt voor te gaan. Na een half uur komt dan toch de tweede verloskundige binnen. Ze spreekt me streng toe: “Kom op, nu ga je er voor, we moeten nu echt stappen gaan maken!”. Ik realiseer me, dat wanneer het niet snel genoeg gaat, ik alsnog naar het ziekenhuis moet. Dat is het laatste wat ik wil. Dit is de motivatie die ik nodig had. Nog een paar keer flink persen en 20 minuten later ben je daar.

Je wordt direct op mijn borst gelegd. Ik wordt overrompeld door emoties. Door de snelle en heftige bevalling, door het eerste contact met jou. Ik kan niet geloven dat je er echt bent. Heel voorzichtig sla ik mijn armen om je heen. Wow, wat is dit bijzonder. Het voelt zo bizar en mooi om je eindelijk aan te kunnen raken. Ik kan me niet voorstellen dat je echt uit mijn buik komt. Het is allemaal zo onwerkelijk. Ik heb echt even tijd nodig om weer op aarde te landen. Na een paar mintuten vraag ik: “is het eigenlijk een jongen of een meisje?” Negen maanden heb ik me afgevraagd of je een jongen of een meisje zou zijn, maar wanneer ik je eindelijk in mijn armen heb vergeet ik er spontaan aan te denken. De verloskundige zegt niks: “kijk zelf maar”. Mijn vriend kijkt. Een meisje. Mijn kleine meisje. Daar ben je dan. Zo mooi, zo zacht, zo bijzonder. Wat ben ik blij dat je bij ons bent gekomen.

Het voelt als de dag van gisteren, maar aanstaande zaterdag is het alweer twee jaar geleden. Waar blijft de tijd? En wat ben je al groot geworden! Nu je verjaardag dichterbij komt, komen ook de herinneringen aan de bevalling en de afgelopen twee jaren naar boven. Tegelijkertijd fantaseer ik over alles wat nog komen gaat. Over alles wat we samen nog gaan beleven. Over hoe je, je zult ontwikkelen en groter en groter zult groeien, totdat je een volwassen vrouw bent geworden en misschien zelf wel moeder wordt. Toch maakt het voor mij niet uit hoe groot je groeit. Je zal altijd mijn kleine meisje blijven.

You Might Also Like

No Comments

Leave a Reply